“De wetenschap ontdekt steeds meer, dus er is altijd hoop!”

Cor Nieuwboer (54 jaar, 33 jaar ten tijde van de diagnose borstkanker):

“Op een dag voelde ik iets in mijn borst. Ik dacht niet direct dat er het foute boel was, maar besloot wel even naar de huisarts te gaan. Ook die dacht niet meteen het ergste; hij vermoedde dat het bindweefsel was. Ik werd doorgestuurd naar een specialist om het weg te laten halen. Voor de zekerheid zou het weggehaalde weefsel onderzocht worden; dat zou een week duren. Ik werd echter al na een paar dagen gebeld met de uitslag; het was helemaal mis. Ik weet nog goed dat ik met de telefoon in mijn handen stond, lijkwit werd en de grond onder mijn voeten voelde wegzakken. Ik was 33 jaar en onze eerste zoon was net negen maanden. Dit hadden we niet verwacht! 

Ik kwam onder behandeling te staan in het Westfriesgasthuis. Je komt in een molen van onderzoeken en scans terecht. De diagnose kreeg ik op 25 september en 23 oktober werd ik al geopereerd. Alles kon worden weggehaald en de snijranden bleken schoon. Een hele opluchting. Ik kreeg wel bestralingen, maar eigenlijk verliep alles voorspoedig. Een paar maanden later was ik al weer aan het werk. Natuurlijk bleef ik wel onder controle. Jarenlang ging alles goed. Onze tweede zoon werd geboren. 

Maar in 2007 ging het wederom mis. Tijdens de jaarlijks controle ontdekte de arts een bultje onder mijn andere oksel. Nieuwe onderzoeken volgden; het bleek een kwaadaardige uitzaaiing van borstkanker te zijn en ook ontdekte men een tumor in mijn borstbeen. Mijn grootste zorg waren mijn vrouw en kinderen; hoe komen zij hier doorheen en hoe moet het hen als het niet goed afloopt? Ik heb heel veel steun gehad van mijn gezin, mijn familie, vrienden, collega's en werkgever(s).

Na zes chemokuren was het bultje onder mijn oksel weg, maar de tumor in mijn borstbeen bleef. In juni 2008 werd ik daaraan geopereerd. Het borstbeen werd verwijderd en vervangen door mijn kuitbeen. En zeer ingrijpende, negen uur durende, operatie. Toen ik wakker werd, dacht ik echt dat ik nooit meer uit bed zou kunnen. Zo’n pijn! Dat viel gelukkig mee; ik herstelde snel en mocht na tien dagen naar huis. Helaas was de arts tijdens de operatie wel op slecht nieuws gestuit; er zaten vlekjes op mijn longvlies. Deze vlekjes zitten er nog steeds. Ik sta daarvoor onder controle; elke drie maanden word ik onderzocht en eens per jaar krijg ik een CT-scan. Soms zijn de vlekjes iets groter, dan weer wat kleiner. De controles zijn iedere keer weer erg spannend; ik lijk wel steeds iets zenuwachtiger te worden.

Inmiddels heb ik mijn leven wel weer opgepakt. Ik werk halve dagen, doe veel leuke dingen met familie en vrienden, en mijn vrouw en ik fietsen veel. Helaas ervaar ik wel beperkingen: ik ben minder sterk, sneller vermoeid, heb zenuwpijn en last van zweetaanvallen. Kijkend naar de toekomst ben ik soms optimistisch en soms somber. Ik sta ermee op en ga ermee naar bed, maar ik ben wel hoopvol. De wetenschap ontdekt steeds meer dus er is altijd hoop! Daarom heb ik ook zoveel waardering voor initiatieven als [Z]aan de Wandel; het geld voor onderzoek is hard nodig, dus ik heb diep respect voor de vrijwilligers achter het event en voor de duizenden wandelaars!”